Blogposts

Blog

Geplaatst op zondag 25 oktober 2015 @ 14:01 door Calamandja , 401 keer bekeken

Rome. De droom van keizer Con…

   

Dat haar tweede naam De Eeuwige Stad is, wordt bij iedere voetstap in Rome vanzelfsprekender. Je ziet het Colosseum, het Forum Romanum, de theaters, de triomfbogen. Maar ook veel koepels en kerktorens. De talloze kerken tonen de enorme rijkdom en macht van de christelijke kerk. De kerken zijn misschien wel de meest bestendige erfenis uit de Oudheid. In de tentoonstelling Rome. De droom van keizer Constantijn. Kunstschatten uit de eeuwige stad vertellen ruim tachtig objecten het succesverhaal in slow motion.

Vanaf de 4de eeuw ontwikkelde in het keizerlijke Rome een kleine geloofsgemeenschap zich tot de dominante religie, die grote invloed zou hebben op de westerse wereld. In samenwerking met drie beroemde musea in Rome (Vaticaanse Musea, Capitolijnse Musea, Nationaal Romeins Museum waaronder het Palazzo Massimo en de Termen van Diocletianus) loopt de tentoionstelling nu in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.

     

Smeltkroes Rome
Aan keizer Caesar Flavius Constantijn, de grootste vrome en gelukkige Augustus,
hebben de Senaat en het Volk van Rome,
omdat hij door goddelijke inspiratie en de grootheid van zijn geest
met zijn leger de staat van de tiran en al zijn volgelingen
gelijktijdig in een rechtvaardige oorlog had gewroken,
deze met triomfen gedecoreerde boog gewijd
Deze inscriptie is in het Latijn te zien op de beroemde triomfboog van Constantijn. Deze staat naast het Colosseum in Rome en was speciaal aan hem gewijd nadat hij zijn rivaal Maxentius had verslagen. Het staat er, ‘zwart’ op wit: Constantijn werd – in 312 – na jaren van strijd om de macht de onbetwiste keizer in het westelijke deel van het Romeinse Rijk.
Door een ‘kopie’ van deze poort, op een schaal van 1:2, komt de bezoeker als in een triomftocht de tentoonstelling binnen, waar een van de meest opvallende kenmerken van vroeg-4de-eeuws Rome in beeld wordt gebracht: multireligiositeit. Er werden uiteenlopende religies en cultussen beleden. Isis, Dionysus, Mithras en Jupiter Dolichenus waren populair, het christendom was in opkomst. Onder meer in de grafkunst zien we de iconografie van deze cultussen terug. Het christendom onderscheidde zich in vele opzichten van andere antieke religies, maar was duidelijk ook een product van de antieke cultuur. Veel vroegchristelijke Romeinse kunst bevatte iconografische kenmerken van heidense goden en mythologische figuren. De figuur van Dionysus als wijngod kon tot Christusgestalte met wijnstokken worden omgevormd; het beeld van de Goede Herder was de herder met een schaap op de schouder uit idyllische taferelen; en Christus als leraar kwam voort uit het motief van de zittende filosoof. Onder het wakend oog van Constantijn, in kopie van het oorspronkelijk kolossale, twaalf meter hoge, beeld van de zittende keizer, getuigen De Goede Herder en Christus als leraar en andere antieke beelden, mozaïeken, sarcofagen en inscripties van de verschillende religies.

     

Onverpakt christendom
Begonnen als een sekte van migranten uit Palestina, het Heilige Land, had het christendom in de loop van de 2de eeuw aanhang gewonnen onder de bevolking van de meeste provincies in het oosten van het Romeinse Rijk en in de hoofdstad Rome. Aanhangers werden enkele malen vervolgd, zoals in de 3de en begin 4de eeuw onder keizers Decius, Valerianus en Diocletianus, omdat zij de keizer niet als boven hen gestelde goddelijke macht aanvaardden. De vervolgingen waren weliswaar lokaal beperkt, maar hadden het prestige en de populariteit van de Kerk alleen maar vergroot. Rond het jaar 300 moeten er in het hele rijk zeker enkele miljoenen christenen zijn geweest, overigens hooguit 5% van de totale bevolking van het rijk. In het oosten was de groei het sterkst, daar ontstond vanaf de 4de eeuw gaandeweg een christelijke meerderheid in diverse steden.
Voor de gemiddelde Romein moet een religie waarvan de god de meest vernederende dood denkbaar ondergaat, namelijk executie aan het kruis, een absurditeit zijn geweest. Als bovendien wordt gepredikt dat de laatsten de eersten zullen zijn, vijanden bemind moeten worden en armen en zwakken op goddelijk erbarmen kunnen rekenen, is dat een omkering van het hele maatschappelijke bestel van de Oudheid. Hoewel vóór Constantijn de christenen ook al enige voet aan de grond hadden gekregen – wellicht meer dan latere christelijke geschiedschrijvers beweerden – kregen zij door zijn machtsovername en zijn goddelijke ingeving daarbij door het kruis, meer positie en zelfbewustzijn. Constantijn en zijn medekeizer Licinius kwamen in 313 in Milaan tot het besluit om officieel een einde te maken aan de vervolgingen, en om vrijheid van godsdienst in het hele Romeinse Rijk te garanderen. Het betekende dat in het leven, en dus ook in de kunst, christelijke principes een grotere rol gingen spelen. Zonder verpakking in oudere, niet-christelijke beeldtaal (uitgezonderd veel joodse symbolen, die het christendom als vanzelfsprekend had overgenomen).
Bijbelse taferelen werden rechtstreeks afgebeeld en zijn in de tentoonstelling onder andere te zien op sarcofagen, fresco’s en gebruiksobjecten als goudglazen en lampen. In de grafkunst waren naast scènes uit het Oude Testament de wonderen van Jezus het populairst. Grafteksten gaven een geheel christelijke boodschap. Een ander nieuw iconografisch element waren de martelaren: vroege christenen die omwille van hun geloof de marteldood stierven. Ze werden steeds meer vereerd en afgebeeld.

     

De droom van Constantijn
Was hij een gelovige man? Pietas of vroomheid was voor een Romeinse heerser een noodzakelijke eigenschap. Constantijn wendde zich aanvankelijk tot de almachtige Jupiter en Sol, nadat hij in 310 een visioen zou hebben gehad, waarschijnlijk toen er een zonne-halo te zien was. In 312 had hij, aan de vooravond van de strijd met Maxentius, wederom een droom, waarin hem werd geopenbaard (‘In dit teken zult gij overwinnen’) dat hij de overwinning zou halen als hij openlijk zijn steun betuigde aan de christelijke god. Op het keizerlijke vaandel werd boven de zesarmige ster als symbool van de zon een lus toegevoegd, het bekende Christogram (??, of chi-rho, de eerste letters van het Griekse Christos), en zijn soldaten kregen datzelfde monogram op hun schild. Op 28 oktober 312 versloeg hij inderdaad Maxentius, bij de Milvische Brug vlak bij Rome. Maxentius verdronk in de Tiber, de christenen zagen Constantijn nu als een van hen.
De keizerlijke steun aan de christelijke kerk pakte voordelig uit voor beide partijen. Constantijn bevorderde de groei van de kerk, de christenen konden hem de steun geven om zijn macht stevig te verankeren. Een grote kracht van het christendom was dat het een gemeenschap vormde die aantrekkelijk was voor alle maatschappelijke klassen, in tegenstelling tot verschillende elitaire cultussen en riten uit het verleden. Toch was zijn goddelijke ingeving niet alleen politiek opportunistisch. Het is zeer waarschijnlijk dat Constantijn van huis uit bekend was met het christendom, dankzij zijn moeder, de zeer devote Helena, en andere vrouwen van zijn vader Constantius Chlorus.

Voorstellingen van Constantijns droom, zijn strijd en zijn macht zijn te zien in de tentoonstelling, geplaatst in de sfeer van de beroemde Sala di Costantino in het Vaticaans paleis uit de vroege 16de eeuw. De triomf van Constantijn is verbeeld, mogelijk meteen in 312, op de enorme Rubenscamee, een bijzondere bruikleen van het Rijksmuseum van Oudheden. Zijn macht straalt ook onmiskenbaar af van een indrukwekkende gebeeldhouwde kop uit de Capitolijnse Musea en van Romeins muntgeld, bruikleen van De Nederlandsche Bank. Constantijn liet munten slaan die zijn status niet alleen benadrukten, maar ook sterker aan het christendom verbonden. Het kruis kwam op de munt, langzaam maar zeker.

    

Doorbraak met gevolgen
De keizerlijke wending moet voor christenen in Rome een flinke verrassing zijn geweest. Constantijn was misschien niet de eerste Romeinse keizer met sympathie voor het christendom, maar wel de eerste die politieke consequenties verbond aan de groeiende betekenis ervan in de samenleving. De concrete maatregelen ten gunste van de christelijke Kerk waren eenduidig. Het effect werd zichtbaar in het openbare publieke leven. In opdracht van Constantijn kregen christenen al binnen enkele jaren monumentale kerkgebouwen. De Kerk kon zichzelf nu profileren als organisatie in het openbare leven. De keizer gedroeg zich als beschermheer en zag zijn regering als door Gods hand geleid, met als doel vereniging van rijk en Kerk. Hoewel hij zich pas vlak voor zijn dood, in 337, liet dopen, presenteerde Constantijn zich als een nieuwe afgezant van God op Aarde. Toen in 324 medekeizer Licinius was verslagen en Constantijn enig heerser werd in het gehele rijk, versnelde de christelijke revolutie. Grootschalige kerkenbouw, relikwieën, heiligendagen, een nieuwe moraal op basis van christelijke geboden en armenzorg deden hun intrede. In 321 was al een zondagswet aangenomen.
De tempels beheersten nog steeds het stadsbeeld, maar raakten leeg en vervallen. Het christendom werd zichtbaar in en op gebouwen en kunstwerken in voor velen vertrouwde vorm, maar met een nieuwe boodschap die echter steeds duidelijker en bekender werd. De keizer was meestal ver weg, sinds Constantijn de nieuwe rijkshoofdstad Constantinopel had gesticht. De werkelijke macht in Rome kwam steeds meer in handen van de lokale bisschop; tegen het einde van de 4de eeuw nam de paus de rol van de keizer als toonaangevende kerkstichter over.
Ook al werd de antieke cultuur niet geheel verlaten, het hele openbare leven in Rome was doordrongen geraakt van het christendom en zijn uitingen. Hiervan getuigen in de tentoonstelling voorwerpen voor dagelijks gebruik, persoonlijke inscripties en mozaïeken van christenen die hoog in de maatschappij stonden, een lampfragment, een votiefplaquette en fragmenten uit de eerste kerken, inclusief een inscriptie van een paus die op groeiend pauselijk gezag kan wijzen.

    

Eeuwen later
De invloed van het vroege christendom op de mondiale geschiedenis van godsdienst en cultuur is immens. Al in de 4de eeuw kreeg het nog jonge kerkelijke verleden invulling met de intensivering van de martelarencultus. Spoedig verbreedde de verering zich tot de kerkvaders, de vroege pausen en andere voorbeeldige gelovigen, waartoe ook keizer Constantijn en zijn moeder Helena behoorden. Schilderijen uit de Late Middeleeuwen en vroegmoderne tijd, afkomstig uit de in 1932 geopende Pinacotheek van de Vaticaanse Musea, herinneren aan deze cultuspraktijk uit vroegchristelijk Rome. Voorbeelden zijn Het visioen van de Heilige Helena van Paolo Veronese uit circa 1580 en Marteling van de Heilige Processus en Martinianus van Valentin de Boulogne uit 1630. Een van de meest vereerde martelaren was Catharina van Alexandrië, patroonheilige van De Nieuwe Kerk Amsterdam. Zij is weer terug in deze kerk dankzij Museum Catharijneconvent, dat een altaarpaneel en een beeld van Catharina die haar voet zet op de verslagen Maxentius van de Meester van Leende, in bruikleen afstaat. De blijvende vroegchristelijke invloed is ook minder expliciet merkbaar in Nederland. Tal van Nederlandse kerken dragen namen en afbeeldingen van heiligen uit de begindagen van het christendom. De kerkbouw bevat ondanks enorme veranderingen in stijl en techniek nog altijd de kiem van de kerken die Constantijn in Rome liet bouwen. De gotische Nieuwe Kerk is een meerbeukige, langgerekte en op de oost-westas gesitueerde basilica: het Romeinse oermodel klinkt ook in Amsterdam door. Keizer Constantijn had daar de hand in gehad. Een hand van een kolossaal beeld van de keizer staat als vingerwijzing aan het eind van de tentoonstelling.

De opkomst en verspreiding van het christendom is een van de meest wonderbaarlijke geschiedenissen van de Oudheid. Het was een complexe godsdienst. Niet voor niets kwam er pas na meerdere eeuwen een breed gedragen uitleg van de goddelijke drie-eenheid, de verlossing van de mensheid door lijden en dood van de Godmens Christus en de belofte van de verrijzenis. Het christelijk geloof en de kerkorganisatie werden een bindmiddel van belang in het heterogene Romeinse Rijk. De theologie mag dan ingewikkeld geweest zijn, de ethiek en de sociale praktijk moeten het christendom voor velen uiterst attractief gemaakt hebben voor grote groepen van de bevolking, en voor de keizer. De principiële gelijkheid van alle mensen ongeacht sekse, ras en klasse en de sterke nadruk op gemeenschappelijke verantwoordelijkheid boden een mogelijk alternatief voor de traditionele klassen maatschappij, en aan het individu nieuwe kansen op Aarde en in het hiernamaals.

Rome. De droom van keizer Constantijn is het laatste deel van het drieluik in De Nieuwe Kerk over grote monotheïstische wereldreligies. In 2010/11 was in de tentoonstelling Passie voor perfectie. Islamitische kunst uit de Khalili Collecties een artistiek hoogstaande selectie te zien, gevolgd door de tentoonstelling Jodendom, een wereld vol verhalen in 2011/12 met een groots overzicht van drieduizend jaar joodse religie, cultuur, kunst en geschiedenis.
De laatste tentoonstelling over het vroege christendom in Nederland dateert van 1962.

    

De Nieuwe Kerk, Amsterdam, 3 oktober-7 februari.
www.nieuwekerk.nl

   

bron: 



Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.