
WELKOM OP DEZE CLUB OVER PREHISTORIE EN OUDHEID
Deze club gaat over de cultuur en de geschiedenis van de Oudheid: Egyptenaren, Grieken, Romeinen, Mesopotamiërs, etc... en van de periode voor de Oudheid, die we Pre-historie noemen.
Van Prehistorie tot Middeleeuwen is een heel lange periode. Deze club richt zich vooral op de Romeinse periode van de Oudheid.
Op deze club vind je voornamelijk blog- en nieuwsberichten over tentoonstellingen, boeken, films, nieuwe inzichten, foto's en links over de Oudheid. Aarzel niet om je mening te geven, of om te reageren op blog en forum.
De volgende periode op de tijdslijn na de Oudheid, de Middeleeuwen, vind je op de volgende geschiedenisclub: http://kathedralenbouwers.clubs.nl

Boek waarin universitair docent oude geschiedenis Edward van der Vliet de geschiedenis van de oudheid beschrijft, in het perspectief van de geografie van het Middellandse Zeegebied.
Een geschiedenis van de klassieke Oudheid vertelt de geschiedenis van de Oudheid in het perspectief van de geografie van het Middellandse Zeegebied. De opkomst van Rome en de ontwikkeling van het Romeinse rijk vormen daarvoor het kader. Het accent in dit boek ligt op een viertal onderwerpen: de klassieke stadstaten en hun burgerschap, wetgeving en recht, het Romeinse rijk, en de opkomst van het christendom. Speciaal voor de Bataafse lezer heeft de auteur een apart hoofdstuk gewijd aan de Nederlanden in het Romeinse rijk.
Aan het boek ligt één centrale vraag ten grondslag: wat is de historische betekenis van de klassieke Oudheid? Rode draden in het verhaal zijn de thema’s van politieke cultuur en de legitimatie van macht, de maatschappelijke betekenis van religie en cultus, de bestaanseconomie en sociaaleconomische verhoudingen.
Een geschiedenis van de klassieke Oudheid
Edward van der Vliet
ISBN: 9789035131255
Uitgever: Bert Bakker
Gebonden, 560 pagina's
Prijs: € 39.95

VENIT, VIDIT, VICIT - In 'Apostata' zijn de Romeinen meer dan op genot beluste spierbundels, al wordt er ook een robbertje gevochten.
De ene reeks over Romeinen is de andere niet. Terwijl Enrico Marini in zijn hyperbolische spektakelstijl alle clichés over Rome vlezig en snoeihard vormgeeft in De adelaars van Rome, bewijst Ken Broeders als bescheiden Antwerpenaar - wij zouden niet durven te suggereren dat dit een oxymoron is - dat het ook anders kan. Zijn serie Apostata steunt eveneens grotendeels op bloedvergieten en liefdesperikelen, maar die thema's zijn nu eenmaal verbonden met de leidende klasse van een wereldrijk in staat van ontbinding.

Broeders toont het west-Romeinse Rijk op zijn laatste benen en kiest dus voor een periode die minstens een eeuw of vier later valt dan de meeste strips over de klassieke oudheid. Zijn hoofdrolspeler Julianus Apostata betekende een keerpunt, omdat hij de laatste niet-christelijke keizer was. Broeders toont hem als een stoer, maar ook kwetsbaar man, helemaal anders dan de gewetenloze mannetjesputters voor wie keizers gewoonlijk worden versleten. In Argentoratum - de titel verwijst naar de Latijnse naam voor Straatsburg - blijkt Julianus een liefhebbende echtgenoot en vader die door zijn eigen succes in het nauw wordt gedreven, maar via een behendig georkestreerde veldslag terugslaat.
Grafisch maakt Broeders het verschil met een zacht kleurgebruik, wat vooral opvalt in zijn groene landschappen. Het past bij zijn zoektocht naar het menselijke en het waarachtige in de overgeleverde verhalen uit de Romeinse tijd. Kortom, Apostata is vakwerk dat de uitgever dringend in het buitenland moet slijten als hij niet voor nalatigheid aangeklaagd wil worden. Zijn rechtszaak is overigens al bij voorbaat verloren: op de cover figureert een volkomen fictief citaat uit dit blad, een vergrijp waarop in Apostata's tijd ongetwijfeld de gifbeker zou staan.

APOSTATA - III. Argentoratum
Ken Broeders
Standaard Uitgeverij,
46 blz., euro 9,95.
Bron: GERT MEESTERS; Knack-FOCUS; 7 december 2011
In het jaar 9 na Christus leed Rome een van zijn vreselijkste nederlagen ooit: de republiek die onder Augustus (regeerde van 31 voor Christus tot 14 na Christus) uitgegroeid was tot een keizerrijk werd tot dan toe quasi onoverwinnelijk beschouwd. Tot die fatale veldslag werd gestreden in het Germaanse Teutoburgerwoud waar drie legioenen volledig en zonder genade uitgeroeid werden door woeste Germanen. Naar aanleiding van die traumatische gebeurtenis sprak de Romeinse auteur Lucanus zelfs van de furor Teutonicus, de onverdroten waanzinnige heldhaftigheid van de Germanen in het gevecht.

Germania is al wat de klok slaat in dit derde deel van Enrico Marini's De Adelaars van Rome. Het is een grauw en grimmig land waar woeste mensen leven, ver weg van de Romeinse beschaving. Dit uit zich al meteen in het kleurgebruik van Marini: vaalgrijze en bruine tinten domineren zijn palet, slechts af en toe onderbroken door het oker van het interieur van de luxeverblijven van de aanvoerder van het Romeinse fort. In dit mistroostige land is Arminius, de verromeinste Ermanamer, werkzaam als officier in het Romeinse leger. Lijdzaam en met stijgende, ingehouden woede moet hij telkens de beledigingen onder ogen zien die zijn volk moet duchten van de kleine mannetjes uit Italië. Bovendien heeft Varus, de Romeinse proconsul (gouverneur) van Germania, geen enkel respect voor de lokale bevolking. Moegetergd beslist Arminius om de leiding van de Germaanse opstand op zich te nemen... maar dan komt zijn oude vriend Marcus Falco (die ons vanop de cover van dit album boos aankijkt) op de proppen. Meteen toont hij zich een bekwaam aanvoerder, maar daarnaast is hij ook in Germania als spion. Rome heeft immers lucht gekregen van een mogelijke opstand. Zal deze opstand de twee vrienden tegen elkaar opzetten? Kiest Arminius voor vaderland eerder dan voor vriendschap? Deze verscheurende keuze loopt als een rode draad door dit album en krijgt een (voorlopige) ontknoping.

Marini's keuze voor Germania toont ons duidelijk een andere Marini. Waar in de vorige albums bloot en seks welig tierden, ligt de nadruk nu vooral op de intriges in de bossen van het land waaruit Duitsland zou ontstaan. Her en der duikt nog wel een blote borst of wat frontaal mannelijk naakt op — we kunnen Marini's fans gerust stellen! — maar het lijkt alsof de Zwitserse Italiaan wat volwassener is geworden. In dit album wijkt hij af van goed verkopende seks, maar dwingt zijn lezer op te gaan in de intrige van het album. Handig verweeft hij tal van thema's in elkaar zoals vriendschap, verraad, liefde en moeilijke levenskeuzes, dit alles neergezet in de sensuele lijnvoering die hem eigen is. Het is een andere Marini die ons de donkere kantjes toont van het Romeinse imperialisme en bij de lezer sympathie opwekt voor de barbaarse Germanen.Het is prachtig om te zien hoe Marini zich in dit onderwerp heeft ingegraven en een overvloed aan historische details biedt. Niet alleen de uniformen, opbouw van het legerkamp, maar zelfs de gezelschapsspelletjes die soldaten spelen, kloppen tot in de puntjes.
In elk geval heeft Marini nu al geschiedenis geschreven met zijn versie van de aanleiding tot de beruchte veldslag in het Teutoburgerwoud! We zijn alvast erg benieuwd hoe dat in beeld zal gebracht worden!
Auteur: Enrico Marini
Uitgever: Dargaud
Specificaties: 60 p.; € 8,95 (SC)
Bron: Bert Gevaert; www.stripspeciaalzaak.be; november 2011.

Vanaf 14 oktober stellen het Rijksmuseum van Oudheden en het Allard Pierson Museum de fascinerende Etrusken voor aan het publiek, met een dubbeltentoonstelling in Leiden en Amsterdam. De Etruskische cultuur was zo'n 3000 jaar geleden, ruim voor de komst van de Romeinen, de hoogst ontwikkelde beschaving in centraal Italië. De twee musea vertellen het verhaal over Etruskische rijkdom, religie, macht en pracht, elk vanuit een eigen invalshoek. In Leiden komt de Etruskische vrouw aan bod, in Amsterdam de Etruskische man. Te zien zijn ruim 600 topstukken uit de eigen collecties en uit vele buitenlandse musea. Etrusken. Vrouwen van Aanzien - Mannen met Macht is te zien tot en met 18 maart 2012.
Nog steeds markeren de ruïnes van imposante Etruskische graven het romantische landschap van Umbrië en Toscane. Ook de Etruskische kunst, van prachtig goudsmeedwerk tot kleurrijke schilderingen in graftombes, spreekt tot de verbeelding van zowel Italië- als kunstliefhebbers. De musea in Leiden en Amsterdam bieden hen met de expositie 'Etrusken. Vrouwen van Aanzien - Mannen met Macht' een nadere kennismaking die een lust is voor het oog.

De Etrusken leefden al honderden jaren vóór de komst van de Romeinen in Italië. De grootste bloei van hun samenleving lag tussen 750 en 500 voor Christus. Het was een hoogontwikkelde en zeer geëmancipeerde maatschappij. Vrouwen deden niet voor mannen onder, zowel in maatschappelijke, culturele als religieuze posities. In de tentoonstelling in Leiden staan deze Etruskische vrouwen, priesteressen en godinnen, hun bijzondere maatschappelijke positie maar ook hun rol als moeder en echtgenote, hun schoonheidsidealen, mode en juwelen centraal. De Amsterdamse expositie belicht de Etrusken vanuit een mannelijk perspectief, met veel aandacht voor de rijkdom en handelsgeest, het machtsvertoon van krijgsheren, de voorspellende gaven van priesters en de luxe levensstijl van de aristocratie. Het Allard Pierson Museum neemt met deze Etrusken-tentoonstelling zijn nieuwe, sterk vergrote expositieruimte voor het eerst in gebruik.

Blikvangers in de expositie zijn de vondsten uit rijke prinsen- en prinsessengraven in Italië. Zo zijn er gouden sieraden en bronzen wapens, maar ook beelden van goden en godinnen, de voor de Etrusken zo typerende asurnen, veelkleurige fresco's, rijk versierd aardewerk, spectaculaire 3D-reconstructies van een prinsen- en een prinsessengraf, maquettes en films. Voor de expositie geldt een toeslag (op één locatie te betalen).
Bij de tentoonstelling verschijnen een publieksboek (€ 24,95), een gratis Museumkrant, een special van het magazine van RoMeO (Vriendenvereniging Rijksmuseum van Oudheden, € 2,95) en een film (€ 7,95). Verder is er een breed activiteitenprogramma met o.a. lezingen, rondleidingen, cursussen, educatief materiaal voor het voortgezet onderwijs en Etrusken-reizen door Toscane en Umbrië. Meer informatie staat op www.etrusken.nl.

In de expositie zijn meer dan 200 bruiklenen te zien van het Nationaal Archeologisch Museum (Florence), de Villa Giulia (Rome), de Capitolijnse Musea (Rome), de Vaticaanse Musea (Vaticaanstad), het Archeologisch Museum Bologna (Bologna), Archeologisch Museum Verucchio (Verucchio), het Brits Museum (Londen), de Ny Carlsberg Glyptotheek (Kopenhagen) en de Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis (Brussel).
'Etrusken. Vrouwen van Aanzien - Mannen met Macht', 14 oktober 2011 t/m 18 maart 2012
Allard Pierson Museum, Oude Turfmarkt 127, Amsterdam, www.allardpiersonmuseum.nl, 020-52 52 556
Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, Leiden, www.rmo.nl, 071-5 163 163

In 'Vrouwen van Rome' vertelt Annelise Freisenbruch op een verfrissende manier de geschiedenis van de Romeinse first lady's.
‘Een vrouw en echtgenote vindt haar grootste vreugde in gehoorzaamheid.’ Toen Plinius de loftrompet stak op keizer Trajanus en diens vrouw Plotina – zonder haar ook maar één keer bij naam te noemen – verwoordde hij de macho-ideologie die vijfhonderd jaar lang de Romeinse keizerlijke geschiedenis doordesemde. Steevast werden de keizerinnen immers ingezet als schaakstuk in de imperiale politiek van manlief.
Annelise Freisenbruch zoomt in 'Vrouwen van Rome. Seks, macht & politiek in het Romeinse rijk' in op de plaats van de keizerinnen in de Romeinse geschiedenis. Van Livia, echtgenote van de eerste keizer Augustus, tot Gallia Placidia, docher van keizer Theodosius en later ook keizerin naast Constantius III: de vrouwen hadden het allesbehalve onder de markt maar stonden meestal ondanks alles toch hun mannetje.
Livia is natuurlijk het bekendste voorbeeld van een vrouw die zich op de achtergrond hield, zoals het hoorde, maar daarbij het hele keizerlijke huishouden magistraal bestierde. Freisenbruch vertelt hoe ze 90 slaven had die om haar heen cirkelden. Niet alleen bleef ze 52 jaar getrouwd met Octavianus-Augustus maar ze overleefde hem zelfs en werd 86. In de harde Romeinse samenleving, waar slechts zes procent van de bevolking de kaap van zestig overschreed en een kwart van de zuigelingen in zijn eerste levensjaar overleed, zorgde zij ervoor dat haar eerstgeborene Tiberius Augustus zou opvolgen. Ze was amper 16 toen ze haar eerste echtgenoot Tiberius Claudius Nero een zoon schonk, Tiberius.
De meeste vrouwen, aldus Freisenbruch, kregen kinderen vanaf het moment dat ze twaalf waren. Livia vormde hierop geen uitzondering. Veel kinderen baren was de opperste taak van de vrouw en ze had er zelf trouwens alle belang bij. De Lex Iulia stipuleerde dat vrije vrouwen na het baren van drie kinderen eigen baas werden en dus niet langer onder voogdij van de vader stonden. Dat het pater familias Augustus menens was met het toepassen van deze wet bewees hij door zijn eigen dochter Julia te verbannen – en de dood in te sturen - omdat ze er een overspelige levenswandel op na zou hebben gehouden. Freisenbruch vertelt dat de echte reden allicht te maken had met een mogelijke samenzwering waarbij Julia, als vriendin van een zoon van Marcus Antonius, op werd afgerekend.
Vrouwen, zo Freisenbruch, werden ingezet als ruilmiddel in de perceptiepolitiek van hun echtgenoten. In zover verschilt de Romeinse politiek niet zoveel van wat de Kennedy-clan deed in het Witte Huis. Keizers wilden zich populair maken bij het grote publiek door hun fatsoenlijke levenswandel mediageniek te onderstrepen en lieten daarom munten slaan waar ze zij aan zij met hun augusta op pronkten. In latere dynastieën tooide vaak zelfs de hele familie de voor- en achterzijde van Romeinse valuta.
Ook beeldengroepen en cameeën waarin vrouwlief en soms de hele familie werd geshowd, werden vanaf Augustus en Livia schering en inslag. Agrippina, moeder van Nero, en zus van onder andere Germanicus, is de enige vrouw die haar eigen politieke memoires schreef maar jammer genoeg zijn die na haar dood verdwenen. Daardoor, aldus Freisenbruch, zijn we aangewezen op de mannelijke kijk van auteurs die meestal als schoothondje van de machthebbers de visie van hun keizer vertolkten.
Bij alle mannelijke dominantie zijn er toch grote verschillen in de manier waarop keizerinnen in de diverse dynastieën hun specifieke rol invulden. De dynastie van de Severini op het einde van de tweede en het begin van de derde eeuw bijvoorbeeld maakte het veel bonter dan voorafgaande keizersgeslachten. Julia Domna, de Syrische echtenote van de Libisch-Romeinse keizer Septimius Severus – de eerste donker gekleurde Romeinse keizer die ook als dusdanig op een schilderij staat – speelde het klaar dat haar zus haar zoontje Heliogabalus aan de macht bracht.
Deze schandaalkeizer wou het Romeinse pantheon zelfs inruilen voor een zwart kegelvormig afgodsbeeld uit zijn geboortestead Emesa (Homs). Om maar te zeggen hoe het aanvankelijk westerse machismo van de eerste keizers geleidelijk aan opschoof naar een meer oosters exotisme.
Freisenbruch slaagt erin om het gekende verhaal van de keizerlijke, Romeinse geschiedenis dankzij deze vrouwelijke invalshoek een vers patina te geven. De talrijke anekdotes en pikante details doen de rest.
Bron: Frank Hellemans; Knack.be
Annelise Freisenbruch, Vrouwen van Rome. Seks, macht & politiek, Atheneaum – Polak & Van Gennep, vert. door Mieke Lindenburg, 464 blz., 34,95 euro
ISBN 9789025368395

In deze meesterlijk geschiedenis van het oude Egypte vertelt Toby Wilkinson het verhaal van een van de grootste beschavingen die ooit hebben bestaan.
De geschiedenis van het oude Egypte en de uitzonderlijke beschaving die gedurende drieduizend jaar bloeide langs de oevers van de Nijl, lijkt een spektakelstuk vol bijzondere gebeurtenissen: de bouw van de piramides, de verovering van Nubia, de kracht en schoonheid van Nefertiti, de invasie van Alexander de Grote en Cleopatra’s fatale relatie met Rome die leidde tot de val van de Ptolomeeën.
De oude Egyptenaren waren de eerste groep mensen die een gemeenschappelijke cultuur, opvatting en identiteit deelden in een begrensd geografisch territorium dat bovendien bestuurd werd door één enkele politieke instantie. Het oude Egypte was daarmee de eerste natiestaat ter wereld die zich door zich te verenigen kon beschermen tegen vijandelijke krachten van buitenaf én van binnenuit.
In dit magnifieke boek combineert Toby Wilkinson gedetailleerde kennis van het oude Egypte met een uiterst spannend verhaal dat leest als een epische roman. We lezen over de meedogenloze propaganda, de gewelddadige politiek, de wreedheid en de repressie die schuilgaat achter de verschijning van deze standvastige monarchie en de indrukwekkende architecturale en culturele successen waardoor zij zo beroemd is geworden.

Wie kan claimen dat haar neus de wereldgeschiedenis mee heeft bepaald? Wellicht alleen maar Cleopatra. Stacy Schiff, die eerder een biografie van Nabokov schreef door over diens vrouw te vertellen, levert een geslaagd portret af dat zich, net als de ambities van de koningin, niet tot een beperkt publiek richt.
In deze fascinerende biografie beschrijft auteur Stacy Schiff Cleopatra als een groot heerseres die legers commandeerde, een vloot opbouwde en grote invloed uitoefende op het financiële stelsel. Stacy Schiff laat zien dat Cleopatra meer dan tweeduizend jaar na haar dood nog steeds tot onze verbeelding spreekt.
Op haar achttiende werd Cleopatra koningin en daarmee was ze in één klap beroemd. Speculatie en aanbidding, roddel en achterklap vielen haar ten deel. Ze kreeg een kind van Julius Caesar en later nog drie kinderen van diens opvolger Marcus Antonius. Op haar 39ste vond ze de dood.
In de tweeduizend jaar na haar dood hebben velen over haar gesproken en geschreven, onder wie de grootste schrijvers en dichters. Ze is vereeuwigd in vele schilderijen en beelden, en er zijn opera's over haar gecomponeerd. In later tijden werd haar naam verbonden aan een planeet, een computerspel en een sigarettenmerk, aan fruitautomaten en stripteaseclubs. Haar geschiedenis werd misbruikt door moralisten en vrouwenhaters, maar haar leven vormde ook een voorbeeld voor velen. Cleopatra werd een mythe, en meer dan dat.
Stacy Madeleine Schiff (geboren op 26 oktober 1961 te Adams, Massachusetts, USA) is een Amerikaans schrijfster van nonfictie. Ze schrijft tevens voor onder andere The New Yorker, The New York Times, The Washington Post, The Los Angeles Times en The Boston Globe. Met haar biografieën won Stacy Schiff diverse prijzen waaronder in 2000 de Pulitzer Prize. Stacy Schiff woont in New York City.
'Een prachtige schildering van een bewogen vrouwenleven. Cleopatra is een goed gedocumenteerde biografie, maar leest als een spannende historische roman.' - Rosita Steenbeek -
Blz. 19: Cleopatra was een Griekse vrouw, maar haar geschiedenis werd geschreven door mannen wier toekomst aan Rome verbonden was, voor het merendeel rijksambtenaren. Hun historische methoden blijven duister. Ze noemen zelden hun bronnen. Ze gaan voor een groot deel af op de herinnering. Naar moderne maatstaven zijn het polemisten, apologeten, moralisten, fabeldichters, recyclers, mensen die aan knip- en plakwerk doen, broodschrijvers. Zo moet je hen dus lezen. Ondanks zijn eruditie produceerde Egypte geen goede geschiedschrijvers. Hoe gebrekkig deze bronnen ook zijn, het zijn de enige die we hebben. Er bestaat geen consensus over de basisfeiten van Cleopatra's leven, zoals wie haar moeder was, hoelang ze in Rome heeft gewoond, hoe vaak ze zwanger is geweest, of ze getrouwd was met Antonius, wat er plaatsvond tijdens het gevecht dat haar lot bezegelde en hoe ze aan haar eind kwam. Ik heb zo veel mogelijk rekening gehouden met de typische kenmerken van elke schrijver: is het een gewezen bibliothecaris of een roddelaar, heeft hij Egypte met eigen ogen gezien, heeft hij een hekel aan dat land, heeft hij een probleem met vrouwen, schrijft hij met de geestdrift van een Romeinse bekeerling, wil hij een oude rekening vereffenen, zijn keizer behagen, zijn hexameters perfectioneren? (Ik heb weinig gebruikgemaakt van Lucanus. Hij verscheen al vroeg ten tonele, vóór Plutarchus, Appianus of Dio. Verder was hij een dichter en een sensatiezoeker.) Ook al is een relaas niet tendentieus of warrig, het is toch niet altijd te vertrouwen, doordat de schrijvers vaak overdrijven. Zoals ik al zei, er bestaan in de oudheid geen nuchtere, onopgesmukte verhalen. Hun doel is de lezer te verbluffen. Ik heb niet geprobeerd de hiaten op te vullen, al heb ik soms de diverse mogelijkheden op een rijtje gezet. Wat louter waarschijnlijk lijkt, blijft hier louter waarschijnlijk. Het onverzoenlijke wordt niet verzoend. Ik heb de dingen in hun grotere verband geplaatst. Inderdaad vermoordde Cleopatra haar broers en zusters, maar Herodes vermoordde zijn kinderen. (Achteraf klaagde hij dat hij 'de ongelukkigste vader ter wereld' was. En zoals Plutarchus opmerkt, was zulk gedrag normaal voor een vorst.
Cleopatra was misschien niet mooi, maar haar rijkdom - en haar paleis -overdonderde de Romeinen. Aan de ene kant van de Middellandse Zee ziet alles er anders uit dan aan de andere. Het onderzoek van de afgelopen decennia naar vrouwen in de oudheid en naar het hellenistische Egypte heeft ons een completer beeld gegeven. Ik heb geprobeerd de slotscènes van haar biografie sober te beschrijven; juist hier wordt er zelfs door de nuchterste kroniekschrijvers vaak een melodrama van gemaakt. Maar soms zijn er gegronde redenen om het drama toe te laten. Cleopatra's tijd wordt gekenmerkt door meer dan levensgrote, intrigerende persoonlijkheden. Als het tijdvak ten einde loopt, verdwijnen de grootste acteurs abrupt van het toneel. Daarna stort de wereld in.
Er is veel wat we niet weten van Cleopatra, maar er is ook veel wat ze zelf niet wist. Ze wist niet dat ze in de eerste eeuw voor Christus leefde, in het hellenistische tijdperk, want dat zijn begrippen uit later tijd. (Het hellenistische tijdperk begint met de dood van Alexander de Grote in 323 v.Chr. en eindigt 293 jaar later met de dood van Cleopatra. De beste omschrijving ervan is misschien dat het een Grieks tijdperk was waarin de Grieken geen rol speelden. Ze wist niet dat ze Cleopatra VII was, onder andere omdat ze eigenlijk de zesde Cleopatra was. Ze heeft nooit iemand gekend die Octavianus heette. De man die haar versloeg en afzette, die haar tot zelfmoord dreef en zo haar beeld voor het nageslacht bepaalde, heette oorspronkelijk Gaius Octavius Thurinus. Toen hij een rol ging spelen in Cleopatra's leven, noemde hij zich al Gaius Julius Caesar naar zijn vermaarde oudoom, haar minnaar, die hem in zijn testament had geadopteerd. We kennen hem nu als Augustus, een titel die hij drie jaar na Cleopatra's dood aannam. Hier verschijnt hij ten tonele als Octavianus; twee Caesars zijn er - als altijd - één te veel.
De meeste plaatsnamen zijn sinds de oudheid veranderd. Zo heet Berytus nu Beiroet; ik heb steeds gekozen voor de moderne benaming. Een plaats als Pelusium bestaat niet meer; het zou nu ten oosten van Port Said liggen bij de ingang van het Suezkanaal, maar het blijft in dit boek Pelusium. Caesars rivaal heet hier Pompeius, niet Gnaeus Pompeius Magnus. Het landschap is in veel opzichten veranderd; kustlijnen zijn verzonken, moerassen opgedroogd, heuvels verdwenen. Alexandrië is tegenwoordig vlakker dan in de tijd van Cleopatra. Het kent zijn oude stratenplan niet meer, het is niet langer blinkend wit. De Nijl ligt drie kilometer verder naar het oosten. Het stof, de zwoele zeelucht, Alexandriës vervagende purperen zonsondergangen zijn nog dezelfde. De menselijke natuur blijft opmerkelijk gelijk, de fysica van de geschiedenis is niet veranderd. Berichtgeving uit de eerste hand kan nog steeds de meest uiteenlopende vormen aannemen. Al meer dan tweeduizend jaar is een mythe in staat een feit te verdringen. Tenzij expliciet vermeld zijn alle jaartallen vóór Christus.
Cleopatra. Een vrouwenleven
Stacy Schiff
Uitgever: Ambo
Prijs: 24,95
376 bladzijden
ISBN 9789026321429
Bron: spiritualia.be

Gesprek met historicus Fik Meijer over zijn 'persoonlijke geschiedenis' van De Middellandse Zee.
Fik Meijer is de laatste tien jaar de grote popularisator van de Grieks-Romeinse oudheid in het Nederlandtalige taalgebied geworden. Bijna jaarlijks spitte hij een antiek thema uit dat tot de verbeelding spreekt. Dat ging van wagenrennen, gladiatoren, de manier waarop migranten werden behandeld tot en met zijn eigen verhaal over de plas waar het allemaal rond gebeurde: 'De Middellandse Zee', zoals zijn nieuwste werk heet.
Fik Meijer: Ik deed als tiener aan waterpolo. Toen ik klassieke talen ging studeren, werd ik lid van een duikclub in Leiden waar ik op universiteit zat. Ik vond het eerste jaar niets aan mijn studie klassieke talen. Maar dat veranderde dus spectaculair toen ik ging duiken in de buurt van Ibiza en daar die antieke amforen op de zeebodem zag liggen. Dit is het! Voortaan werd mijn leven beheerst door wrakken en ankers. Zo ben ik me gaan interesseren voor klassieke onderwaterarcheologie en heb ik me er ook in gespecialiseerd.
U vertelt hoe u zelfs geld verdiende aan het verkopen van de amforen die u had opgedoken?
Meijer: Ik trok toen op met de baritonzanger Bernard Kruysen die schitterend liederen van Gabriël Fauré, Claude Debussy, François Poulenc en Franz Schubert kon vertolken. Bernard was een tiental jaren ouder dan ik. Ik adoreerde hem als 21-jarige, mag ik wel zeggen. We doken samen en we hadden altijd geldgebrek. Het plaatselijke museum toonde geen belangstelling voor opgedoken amforen maar een antiquair wel. We hebben op die manier zeven tot acht amforen aan de man gebracht. We vingen toen ongeveer 500 gulden per amfoor en dat bedrag verdeelden we eerlijk onder elkaar. Tja, daar kon je in het begin van de jaren zestig zeer goed van leven. Een kopje koffie kostte op het terras destijds twee pesata’s, wat omgerekend ongeveer twaalf cent was. Kan je nagaan.
Heel wat van die amforen die men heeft teruggevonden in de buurt van Marseille bijvoorbeeld bevatten wijn. De Romeinen hadden blijkbaar goede klanten aan de Galliërs.
Meijer: De Galliërs waren bierdrinkers die echter zo verzot geraakten op de Romeinse wijn dat ze bereid waren om een slaaf te verkopen in ruil voor een kruik wijn. Afhankelijk van het type amfoor ging dat om 30 tot 40 liter. Een mensenleven was dus ruim 30 liter wijn waard. De Gallische drankzucht was legendarisch. De Italiaanse topwijnen waren destijds de Falernische en Caecubische wijn in de buurt van Napels, afkomstig van de flanken van de Vesuvius. Wijn uit Campanië zeg maar. Ik ben zelf geen wijndrinker maar eerder een bierbarbaar.
Gebruikten de Romeinen misschien wijn om hun Gallische tegenstanders te verzwakken, zoals de Amerikanen destijds whisky of vuurwater hebben ingezet tegen de indianen?
Meijer: De wijn was eerder een vehikel voor beschaving. Of het ook een oorlogswapen was, is zeer de vraag want de Romeinen waren zelf fervente wijndrinkers. André Tchernia rekent in zijn prachtige boek Le vin et l’Italie romaine uit hoe er in Rome 175 tot 275 liter per persoon per jaar werd geconsumeerd, kinderen inclusief. Het dagelijkse, individuele wijnverbruik bedroeg een halve tot driekwart liter, hetgeen dus neerkomt op een fles.
Het is opvallend hoe na een tijdje de Gallliërs zelf de wijnhandel in handen namen en van importland exportland werden.
Meijer: Vanaf Caesar en Augustus krijg je een kentering want dan beginnen de Galliërs zelf wijn te verbouwen in de Provence en zie je inderdaad een omgekeerde handelsbeweging: van onze streken wordt er wijn geëxporteerd naar Italië. Die ommezwaai in de handelsbetrekkingen had niet alleen te maken met een grotere vraag naar wijn in Italië zelf omdat Rome demografisch groeide maar eveneens met een crisis in de landbouw. Toen Pompeius omstreeks 60 voor Christus de zeepiraterij bedwong, werden er nauwelijks slaven verhandeld. Juist die slaven stonden in voor de Italiaanse wijnbouw. Ook daarom dus waren de Romeinen aangewezen op import van wijn uit Noord-Spanje en Gallië.
Zonder slaven geen Grieks-Romeinse beschaving?
Meijer: Klopt. De Grieks-Romeinse oudheid was een Sklavenhaltergesellschaft, zoals de Duitsers dat zo mooi zeggen. Men neemt aan dat in het Italië van de eerste eeuw vC tussen de zes tot negen miljoen mensen woonden. Een derde van hen was slaaf of de nazaat van voormalige slaven.
Immigranten kregen echter wel een kans in de Romeinse samenleving?
Meijer: Het waren vooral tienerjongens tussen de vijftien en de twintig die aangetrokken werden door Rome als metropool en die vanuit de uithoeken van het Romeinse Rijk kwamen toegestroomd. Je had een dergelijk aanzuigeffect ook in het Britse Commenwealth waar Londen als magneet fungeerde voor onnoemellijk veel migranten. Vanaf de eerste eeuw nC met de Antonijnse keizers komen er veel Spaanse senatoren en zelfs keizers van Spaanse komaf. Je krijgt vanaf Trajanus op het einde van de eerste eeuw een Spaanse connectie in Italië.
De Grieken daarentegen hadden het niet zo begrepen op buitenlanders?
Meijer: De Grieken stelden zich altijd superieur op tegenover andere volkeren en klopten zich op de borst omdat zij Homerus hadden, de Olympische Spelen en het orakel van Delphi. Ze pakten uit met hun geletterde samenleving en de anderen waren brabbelende boeren, letterlijk barbaroi of barbaren. Het woord was een klanknabootsing,zoals je weet, van het gebroebel van die niet-Grieks sprekende buitenlanders. De Grieken bekijken de barbaren altijd met een zekere distantie. In tegenstelling tot de Romeinen. Er zijn natuurlijk Griekse mannen met barbaarse vrouwen naar bed geweest maar in die Griekse samenlevingsopbouw was het aandeel van migranten verwaarloosbaar klein. Zelfs onderling waren de Grieken uitermate verdeeld. Er bestonden een 150-tal stadsstaten en die huldigden allemaal een eigen dorp eerst-ideologie, zeg maar. De gemiddelde polis telde niet meer dan 2000 inwoners en elk had een eigen bestuursvorm: een koning, aristocraten, een tiran of democratie. Athene op zijn hoogtepunt had 200.000 inwoners terwijl Rome bijna 1 miljoen inwoners had. Het was verboden voor een Corinthiër om in Athene grond te bezitten of een huis te kopen. In het theater zat die apart en als hij een rechtszaak wou aanspannen, moest ie beroep doen op een vermogende Athener die voor hem als niet-Athener opkwam. De Grieken die sowieso alle vreemdelingen discrimineerden, discrimineerden dus ook onderling. Dat geldt vandaag trouwens nog steeds. Als er één land is waar het anarchisme hoogtij viert, is het wel Griekenland.
Zelfs Aristoteles stelde zich xenofoob op?
Meijer: Aristoteles, leermeester van Alexander de Grote, gaf zijn pupil bij het begin van zijn veroveringstocht een onmiskenbaar adagium mee en zei tot hem: ‘Wij, Grieken, zijn geschapen om te heersen terwijl Perzen geschapen zijn om slaaf te wezen.’ Er zat iets erg hautains in die Griekse opstelling van wij, Grieken, tegenover zij, de barbaren. Maar Alexander luisterde niet naar zijn filosofische leraar want hij probeerde met zijn hellenistische, globaliserende aanpak toch iets nieuws te stichten op de puinhopen van het vroegere Perzië. Daar begint dus in de Griekse geschiedenis een andere era.
Lang leve Rome dus, wat de aanpak van migranten betreft?
Meijer: De Romeinen waren geen heiligen, laat ons wel wezen. Aanvankelijk waren de Romeinen vuige imperialisten. Ze buitten de overwonnen volkeren zonder scrupules uit. Vanaf het midden van de tweede eeuw vC betaalden de Romeinen in Italië geen belastingen meer. Die werden exclusief geïnd, om niet te zeggen afgeperst, in de provincies. Geleidelijk aan gingen de Romeinen echter die antagonistische benadering bijstellen. Vanaf keizer Augustus probeert men het onderscheid tussen wij, Romeinen, en zij, provincialen, te overstijgen. Dus ja, de Romeinen waren veel ruimhartiger in het toekennen van burgerrechtverleningen dan de Atheners bijvoorbeeld die het burgerschap haast nooit toestonden. Wie geen Athener was of niet geboren was uit Atheense ouders, maakte simpelwerg geen kans. Alleen wie een extra prestatie had verleend, die de autochtonen serieus had geholpen, kon eventueel hoop koesteren. Een niet-Athener die bijvoorbeeld in tijden van voedselschaarste voor een scheepslading graan had gezorgd en dat daarenboven goedkoop, dus zonder woekerprijzen te vragen, aan de man bracht, maakte kans. Jaarlijks werden er in Athene hoop en al vijf of zes niet-Atheners met het burgerrecht vereerd. Hoe anders in Rome. Daar was het relatief makkelijk te verkrijgen.
Bron: Frank Hellemans; Knack

Zo passeren tweeduizend jaar maritieme geschiedenis de revue en komt een zee tot leven die een grote rol speelde in het leven van de Grieken en Romeinen. Zij boezemde velen angst in, maar was tevens de levensader voor de grote steden. Wat zou Athene zijn geweest zonder zijn heerschappij over de Aegeïsche Zee? En had Rome kunnen uitgroeien tot een metropool van bijna een miljoen inwoners als alles wat zij nodig hadden niet over zee had kunnen worden aangevoerd? Fik Meijer vertelt het unieke verhaal van ‘zijn’ Middellandse Zee.
Fik Meijer, De Middellandse Zee. Een persoonlijke geschiedenis,
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 448 blz., 19,95 euro (paperback ISBN 978-90-253-6809-8), 29,95 euro (gebonden ISBN 978-90-253-6808-1
Welkom bij Clubs!
Kijk gerust verder op deze club en doe mee.
Inloggen met Hyves
Inloggen met Facebook
Inloggen met Google
Inloggen met Windows Live
Inloggen met Twitter Wat is dit?Je kan je ook aanmelden via een van bovenstaande partner websites. Klik op het icoontje en je bent direct ingelogd op Clubs.nl
Of maak zelf een Clubs account aan:
Statistieken
Tombe van een Egyptische zangeres ontdekt
Man van Spy
Mummies in de Kunsthal
Laatste Forumreacties
Een geschiedenis van de klassieke oudheid - een recens…
21.01.2012 | 11:55
Moed kan de Groningse oudhistoricus E.Ch.L. van der Vliet niet worden ontzegd. In Een geschiedenis van de klassieke oudheid zet hij zich aan een onuitvoerbare taak: het bieden van een overzicht van de geschiedenis van de oude wereld tussen 1100 voor Christus en 580 na Christus. Dat onderwerp beslaa…
Lees meer…
De man van Spy heeft nu een gezicht
07.01.2012 | 13:58
Spyrou, de man van Spy, werd eindelijk gereconstrueerd op basis van zijn botten. Het Neanderthaler skelet werd in 1886 ontdekt in een grot bij Namen.De voorbije jaren werd hard gewerkt aan de 3D-reconstructie. Die werd gisteren voorgesteld door het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuur…
Lees meer…
De oudheid voor breed publiek toegankelijk gemaakt
30.12.2011 | 18:49
Boeken over Grieken en Romeinen zijn in Nederland van oudsher slechts toegankelijk geweest voor gymnasiasten of anderszins hoger opgeleiden. Kennis van de oude talen werd stilzwijgend bekend verondersteld en populaire boeken over de oudheid werden door veel classici niet serieus genomen. Gelukkig…
Lees meer…
Neolithisch beeldje gevonden in Noord-Frankrijk
14.12.2011 | 00:24
Aan de oever van de rivier de Somme in Noord-Frankrijk hebben archeologen een ongeveer zesduizend jaar oud beeldje uit de nieuwe steentijd (Neolithicum) gevonden. Het Franseinstitut national de recherches archeologiques préventives (INRAP) heeft dat bekendgemaakt. Het gevonden beeldje is 21 cen…
Lees meer…
Sagalassos. City of Dreams
De Adelaars van Rome - deel 3
Rome - Battle of Philippi
Fik Meijer - Lessen uit Rome
De gladiatorenschool van Carnuntum
The battle against Rome
Nieuw standbeeld van Alexander de Grote.
Een nieuw standbeeld van Alexander de Grote te paard werd opgericht in Skopje, de hoofdstad van de republiek Macedonië. Het reusachtige standbeeld meet 11 meter hoog en weegt 40 ton. Het staat op een voetstuk dat op zich al 10 meter hoog is. Het heeft de Macedoniërs 9 miljoen euro gekost. Hij is eindelijk terug, thuis, waar hij hoort, is de reactie. Het maakt deel uit van een groter 80 miljoen kostend project om van Skopje een waardige Europese hoofdstad te maken. Het standbeeld staat dicht bij een triomfboog en een nieuw museum over de geschiedenis van Macedonië en zijn grote leiders in de oudheid. Macedonië is druk bezig zijn nationale identiteit duidelijk te bepalen in contrast met deze van zijn buur Griekenland. Maar de oprichting van dit standbeeld zou wel eens kunnen zorgen dat buurland Griekenland nog heftiger oppositie voert tegen een toetreding van Macedonië tot de Europese Unie.
Of hoe de oudheid nog steeds de actuele politiek kan beïnvloeden...
Ancient Rome 1: Caesar

The Eagle

De geschiedenis heeft zo haar mysteries. Een daarvan is de verdwijning van het Romeinse negende legioen in Engeland in 117 na Christus. De Schotse regisseur Kevin Macdonald maakte er met ‘The Eagle’ een spannende avonturenfilm over.
Het negende legioen stond onder leiding van de Romeinse keizer Hadrianus, de man die de bekende lange muur in het noorden van Engeland bouwde. Het 5.000 man sterke legioen had zijn sporen verdiend tijdens een succesvolle campagne in Spanje en werd door Rome uitgestuurd om de strijd aan te binden met de Brigantes, Picten en Caledoniërs, opstandige stammen aan de grens met Schotland.
De legende wil dat het negende legioen die veldtocht niet overleefd heeft en tijdens een bloedige veldslag werd uitgeroeid. Die smadelijke nederlaag hebben de Romeinse geschiedschrijvers vervolgens collectief verzwegen. Of het inderdaad zo gelopen is, weet niemand. Volgens sommige historici werd het negende legioen simpelweg opgedoekt tijdens een besparingsronde. Maar het is een feit dat het nadien nooit meer vermeld werd in de annalen.
De legende sprak ook tot de verbeelding van Rosemary Sutcliff, een Britse schrijfster die midden vorige eeuw naam maakte met historische fictie. Haar boek over de verdwijning, ‘The Eagle of the Ninth’, groeide uit tot een populaire jeugdroman en werd ook gretig verslonden door Kevin Macdonald, een jonge Schot die gefascineerd was door de geschiedenis van zijn geboortestreek.

Macdonalds professionele ambities lagen aanvankelijk in de journalistiek, maar door een samenloop van omstandigheden werd hij filmmaker. Documentaires werden zijn eerste grote liefde en in 2000 kreeg hij een Oscar voor ‘One Day in September’, een wurgende film over de fataal afgelopen gijzeling van Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen van 1972. Ook ‘Touching the Void’, waarin hij het verbluffende avontuur van twee klimmers reconstrueerde door een deel te laten naspelen, maakte indruk.
Toen hij hoorde dat een bevriende producent, Duncan Kenworthy, de rechten op ‘The Eagle of the Ninth’ in zijn bezit had, zag Macdonald een uitgelezen project voor zijn eerste fictiefilm. Kenworthy had een groots opgezet spektakel à la ‘Gladiator’ in gedachten, maar de tegenvallende resultaten van sandalenfilms als ‘Troy’ en vooral ‘Alexander’ maakten prompt een eind aan die ambitieuze plannen. Kenworthy besloot dat Macdonalds idee om het veel kleinschaliger aan te pakken veel aantrekkelijker klonk.
Trouw aan zijn achtergrond in documentaires en zijn overtuiging dat cinema in de eerste plaats een geloofwaardige wereld moet creëren, schoof de cineast de spectaculaire massascènes die het genre gewoonlijk op het scherm brengt opzij. Zijn versie van ‘The Eagle of the Ninth’ (die al snel omgedoopt werd tot simpelweg ‘The Eagle’) moest eenvoudig, geloofwaardig en vooral authentiek worden. En om dat voor elkaar te krijgen volstond een budget van dik 17 miljoen.
De authenticiteit streefde Macdonald op verschillende manieren na. Hij bezocht historische locaties, zoals het goed bewaarde Romeinse fort Vinlandia in Noord-Engeland. Hij deed een beroep op de kennis van specialisten. Hij verdiepte zich in de militaire strategieën, die in de film zorgvuldig gereconstrueerd worden. Hij draaide een deel in Hongarije, niet alleen om fiscale redenen maar ook omdat daar nog ambachtslui te vinden zijn die de oude technieken onder de knie hebben.

Actueel
‘The Eagle’ wil in de eerste plaats avontuurlijk entertainment bieden, maar heeft ook iets anders te vertellen. Er is een goede reden waarom de Romeinen in de film een Amerikaans accent hebben, terwijl de anderen Brits of Gaelic praten. Daarmee gaat Macdonald opzettelijk in tegen de traditie dat Romeinen in films met een geschoolde Britse tongval communiceren. ‘Dat cliché dateert uit de jaren 30 en 40, toen Groot-Brittannië nog een wereldmacht was’, verklaart de cineast zijn ingreep. De enige supermacht die de wereld vandaag nog kent, is Amerika.’
De houding van het hoofdpersonage Marcus Flavius Aquila, rotsvast overtuigd van de superioriteit van zijn cultuur en ideeën, ziet Macdonald ook bij veel Amerikanen. ‘Als je vandaag denkt aan bezette landen kom je uit bij Irak en Afghanistan. De mensen daar zijn helemaal niet opgezet met de Amerikaanse aanwezigheid. Dat weerspiegelt de film ook in de relatie tussen Aquila en zijn slaaf Esca. Die is complexer dan het lijkt en evolueert niet zoals je zou verwachten. Ik wou spelen met de verwachtingen van de kijker.’
‘The Eagle’ komt deze week in de zalen.
Bron: Ruben Nollet; De TIJD; 17 maart 2011

Over The Eagle
Het eenvoudige verhaaltje van The Eagle zorgt er voor dat de aandacht niet van de missie en haar uitvoerders wordt afgeleid: regisseur Kevin Macdonald puurt een mooie karakterstudie uit de stormachtige vriendschap tussen een ex-centurion en een ex-gladiator. Met een ploeg ervaren rotten, waarop hij ook al kon rekenen voor Touching The Void en The Last King of Scotland maakte hij van het populaire jongensboek The Eagle of the Ninth (1954) van Rosemary Sutcliff een heroïsche sandalenfilm die vooral vaders en hun zoons zal bekoren.
The Eagle speelt zich af in het jaar 140. Marcus Aquila (Channing Tatum) is honderdman in het Romeinse leger. Zijn vader is twintig jaar eerder niet teruggekeerd als aanvoerder van het negende legioen, dat vermoedelijk in de pan is gehakt in de regio die nu Schotland heet. Niet alleen sneuvelden de vijfduizend soldaten, de standaard met de gouden adelaar, symbool van het onoverwinnelijke, imperialistische Romeinse Rijk werd door de barbaarse Kelten buitgemaakt. Marcus wordt op een post in Groot-Brittannië gezet, maar al na een eerste aanval op zijn fort raakt hij gekwetst en wordt hij eervol ontslagen. Hij verspeelt daarmee de kans de adelaar terug naar Rome te brengen en de eer van zijn familie te redden.
Vernederde vaders
Terwijl hij herstelt bij zijn oom (Donald Sutherland) weet Marcus het leven van een gladiator te redden. Esca (Jamie Bell) is een stamlid van de verslagen Brigantes en wordt nu Marcus' slaaf. Esca zweert hem eeuwig trouw, ook al werd zijn vader en zijn hele familie door de Romeinen afgeslacht. Dat hebben beide jongemannen alvast gemeen, dat ze hun vernederde vaders missen. En dat ze een eerloos leven niet zien zitten. Eén ding rest hen. Marcus wil koste wat het kost de adelaar vinden die zich voorbij de Muur van Hadrianus bevindt, 'het einde van de bekende wereld', waar geen Romein zich waagt. Esca twijfelt niet en vergezelt Marcus. Eens over de Muur keren de rollen om: Esca voert het woord en Marcus is aangewezen op diens functie als gids. Hoe lang zal Esca, ondanks zijn gezworen maar geforceerde loyaliteit, zijn collaboratie volhouden wanneer ze af te rekenen krijgen met de agressieve Robbenstam?

Schotse landschappen
Na een lange introductie komt Macdonald op dreef met de natuur als derde hoofdpersonage, gevat door Oscarwinnaar Anthony Dod Mantle, in een voor hem typische viscerale, grove beeldenpracht van ruwe, beenkoude Schotse landschappen met onophoudelijk striemende regenbuien. Er is niet genoeg van te krijgen. Ook de bezeten montage en lokaal geïnspireerde soundtrack voeden de donkere atmosfeer. En wat de simplistische verhaallijn betreft recht op doel en leunend op een toevallige ontmoeting: de helden zijn dubieus genoeg om een relatie te hebben die de spanning hoog houdt. Zowel Tatum als Bell staan in dit initiatieverhaal solide te acteren, maar het is vooral Tahar Rahim (Un Prophète) die, als aanvoerder van het Robbenvolk en in een onverstaanbaar dialect, indruk maakt. Macdonald schuwt ook de politieke subtekst niet. Voor een keer zijn het de Britten die de slaven spelen en zijn de Romeinse rollen voorbehouden voor Amerikanen. De VS vergelijken met het oorlogszuchtige Romeinse keizerrijk, met referenties aan de oorlog in Irak, ligt voor de hand.
Synopsis The Eagle
Het deels door Rome bezette Groot-Brittannië in de 2e eeuw. Legerofficier Marcus Aquila arriveert vanuit Rome om de mysterieuze verdwijning van zijn vader op te lossen. Die verdween als commandant van het Negende Legioen samen met al zijn mannen en hun Romeinse adelaarsmascotte in de woeste Schotse heuvels. Samen met zijn Britse slaaf, trekt Marcus vijandelijk gebied in. Hij is vastbesloten om The Eagle terug te vinden en zo zijn familienaam in ere te herstellen...
(Bron: Nico Krols)
Egyptian Book of the Dead at British Museum
Vogelmotieven in islamitische en pre-islamitische kunst
Omdat ze zweven boven de aarde, zijn vogels in veel culturen een symbool voor kracht en vrijheid. Ze spelen een belangrijke rol in mythes en religies. Vaak zijn vogels de boodschappers van goed nieuws, maar soms ook van slecht nieuws. Onze ooievaar brengt nieuw leven, terwijl een groep raven eerder iets slechts betekent. Ook in het oude Midden-Oosten hadden gevleugelde dieren een bijzondere status. Afbeeldingen van gevleugelde dieren komen voor binnen de pre-islamitische en islamitische kunst, veelvuldig als metafoor voor de goddelijke reis van de ziel. In oude Syrische graven staan adelaars afgebeeld om de ziel naar het hemelrijk te brengen, de oude Egyptenaren bouwden schachten om de ziel de mogelijkheid te bieden weg te vliegen en de Sumeriërs geloofden dat de overledene als vogel in de onderwereld doorleefde.
de Romeinse ruiterhelm uit de Peel