Blogposts

Blog

Geplaatst op zondag 03 januari 2016 @ 16:37 door Calamandja , 313 keer bekeken

De Romeinen hebben het ontzettend druk gehad met een fatsoenlijke jaartelling. Maar het is nooit gelukt om 1 januari en midwinter op dezelfde dag te laten vallen.

 

Munt met daarop de beeltenis van Janus

Waarom vieren we op 1 januari Nieuwjaar? Wel, dat we het nieuwe jaar laten ingaan op het moment dat de maand januari aanbreekt, heeft een geschiedenis die 2.200 jaar terug gaat. De Romeinen, aan wie we onze maandindeling en -benaming danken, hadden één maand aan de god Janus gewijd en ze lieten hun jaar met die maand beginnen. Janus kon met zijn twee gezichten tegelijk vooruitzien en terugblikken, dat kwam goed uit.
   

Maar waarom vieren we de jaarwisseling midden in de winter, maar toch net niet precíés midden in de winter? Dat is lastiger te verklaren. Daarvoor moeten we terug naar de regeringsperiode van Julius Caesar, naar het jaar dat later op 46 jaar voor Christus is gesteld. Dat was het moment waarop de chaotische Romeinse maankalender werd vervangen door een zonnekalender.
   

Er was berekend dat de omloop van de aarde om de zon precies 365,25 dagen in beslag nam en voortaan liet men de jaren daarom 365 dagen duren, met om de vier jaar in een ‘schrikkeljaar’ een dag extra. Het jaar werd verdeeld in 12 maanden die afwisselend 31 en 30 dagen lang waren, met februari als uitzondering: meestal 29 dagen en eens in de vier jaar 30 (anders dan nu, dus).
   

Essentieel is dat het astronomisch begin van de lente (de lente-equinox, als dag en nacht even lang duren) op 25 maart werd gesteld. Omdat het precieze moment van midwinter (het wintersolstitium, de kortste dag) 89 dagen vóór de lente-equinox valt, kwam dit moment op 26 december te liggen. (December had toen 30 dagen en februari meestal 29.) Al vanaf het begin is er dus verschil geweest tussen 1 januari en midwinter.
   

Maar binnen een halve eeuw liep de overzichtelijke kalender schade op. Het schrikkelsysteem werd verkeerd toegepast en na de dood van keizer Augustus kreeg de achtste maand (die tot dan sextilis heette) de naam Augustus en werd besloten haar 31 dagen te laten duren om haar niet te laten onderdoen voor Julius. Ter compensatie werd februari een dag ingekort. Het 31-30-31-30-systeem werd na sextilis/augustus omgedraaid.
   

Het was minder overzichtelijk, maar er viel mee te leven. Vervelender was dat het Romeinse jaar met zijn 365,25 dagen net iets langer duurde dan de aardse rondgang rond de zon, die bij nader inzien 365,2422 dagen kostte. In de zestiende eeuw was het verschil met het juliaanse uitgangspunt al opgelopen tot ruim 12 dagen. Paus Gregorius XIII liet het schrikkelsysteem verfijnen en trok de kalender in 1582 grotendeels recht. Om religieuze redenen (samenhangend met de Paasdatum) besloot hij de kalender niet met twaalf dagen maar met tien dagen te corrigeren. Na 4 oktober 1582 kwam 15 oktober 1582.
   

De onvolledige correctie heeft de afstand van 1 januari tot het precieze moment van midwinter verder vergroot. In rooms-katholieke landen werd de gregoriaanse kalender direct ingevoerd. Rusland deed het in 1918, waardoor de revolutie van 1917 zowel een oktober- als een novemberrevolutie is te noemen. Helemaal aan het eind kwam Griekenland, dat de kalender pas in 1923 accepteerde.

  

Bron: De Standaard.



Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.