Blogposts

Blog

Geplaatst op zaterdag 15 december 2012 @ 19:50 door Calamandja , 781 keer bekeken

Als notoir Romefreak vroegen we Bart De Wever hét Romeboek van het jaar te recenseren: 'The Rise of Rome' van Anthony Everitt.

  

De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar de mens voortdurend. De uitkomst van het menselijk handelen is steeds verschillend doordat het plaatsvindt in een voortdurend veranderende context, maar de aard van het menselijk handelen blijft robuust doorheen de tijd.

Mensen begaan bijvoorbeeld steeds weer dezelfde stommiteiten in hun streven naar macht. Het relaas van de Romeinse republiek en de ondergang ervan kan ons daarover zowat alles leren. De parallellen tussen de problemen waar de Romeinen mee geconfronteerd werden bij de uitbouw van hun wereldmacht - de uitdagingen van globalisering en multicultuur avant la lettre, de nood aan institutionele hervormingen versus de kracht van het status-quo, de groeiende kloof tussen arm en rijk met alle bijhorende sociale gevolgen,... - zijn zo evident dat een geschiedschrijver ze niet eens hoeft aan te wijzen.

De Romeinen hebben bovendien letterlijk en figuurlijk de wereld gemaakt waarin wij vandaag leven. Zelfs het vermaledijde Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV) is terug te voeren op hun aanwezigheid in onze contreien die de (taal)grens zou bepalen tussen het Germaanse en het Romaanse deel van Europa. Liefhebbers van Romeinse geschiedenis delen dan ook vaak het inzicht dat de Romeinen inzichten verworven hadden waar we vandaag ons voordeel mee zouden kunnen doen om onze problemen op te lossen. Of het nu gaat over het oplossen van een munt- of schuldencrisis, de eenmaking van Europa, het ontwikkelen van een inclusief burgerschap, de aanpak van stadsvernieuwing en citymarketing,... Historia docet.

Anderzijds zouden we misschien veel onheil kunnen vermijden door goed om te kijken naar de manier waarop de Romeinen uiteindelijk wel in staat bleken om de wereld te veroveren, maar niet om hun eigen staatsstructuur op poten te houden. De succesvolle Romeinse republiek ging uiteindelijk ten onder, waardoor de evolutie naar democratie het voor vele eeuwen moest afleggen tegen het despotisme. Hoe dat kwam, vertelt Anthony Everitt in zijn vierde boek over de antieke tijd.

    

Hobby

Everitt was secretaris-generaal van de Arts Council of Great Britain, een - weliswaar door de overheid gefinancierde - private instelling die instaat voor het culturele beleid in Groot-Brittannië. Daarnaast werkte hij voor de Europese Commissie, waar hij advies verleende voor het uitbouwen van een cultureel beleid in de nieuwe Oost-Europese lidstaten. Everitt was naar eigen zeggen eigenlijk een nogal saaie, droge beleidsmaker die boeken schreef met ronkende titels als 'The governance of culture: approaches to integrated cultural planning and policies'.

Een professionele achtergrond als historicus heeft Everitt dus niet. Hij studeerde Latijn en Grieks in het middelbaar, en Engelse literatuur in Cambridge - waar tijdens de opleiding veel aandacht werd besteed aan klassieke teksten - maar verder gaat zijn academische betrokkenheid niet. Wel bleef hij gefascineerd door het Oude Rome en legde hij als hobby een bibliotheek aan van standaardwerken, oorspronkelijke teksten en historische overzichten.

Begin deze eeuw raakte Everitt het beu boeken te schrijven die vooral stof verzamelen op de onderste boekenplanken van universiteitsbibliotheken. Hij wilde ook daadwerkelijk gelezen worden. Hij nam contact op met zijn literair agent om wat ideeën te bespreken. Op een lunchmeeting kwam Everitt op de proppen met voorstellen als een vergelijkend overzicht van het Britse cultureel beleid tussen 1970 en 1985 of een crossanalyse van de culturele politiek in West-Europese landen.

Zijn agent schudde meewarig het hoofd. Als zulke boeken al gepubliceerd zouden geraken, zou hij decennialang zijn haard kunnen aansteken met de onverkochte exemplaren. 'Heb je niets anders', vroeg hij aan Everitt. De wanhoop nabij, herinnerde Everitt zich zijn recente bezoek aan een theaterfestival in Rome. Toen had hij op het Forum Romanum Cicero gelezen, fantaserend over hoe boeiend het wel niet zou zijn geweest in die tijd te leven. Zonder er verder bij na te denken, zei hij: 'Ik wil een biografie van Cicero schrijven.' De agents ogen lichtten op. Diezelfde avond had Everitt een boekencontract.

Everitt beschrijft dat moment met het prachtige, haast onvertaalbare woord 'serendipity': 'Looking for a needle in a haystack and rolling out of it with the farmer's daughter.' Hij had al een enorme kennis van het Oude Rome opgebouwd, maar mocht hij die middag niet in het hoekje zijn gedreven door zijn agent, dan zou het idee om er daadwerkelijk iets mee te doen nooit bij hem zijn opgekomen. Zijn eerste boek werd een internationale bestseller. Daarna volgden nog twee andere geprezen biografieën - over respectievelijk Augustus en Hadrianus. De levensverhalen lezen als romans waarin de auteur tot onder het vel is gekropen van de historische actoren. Everitts emotionele betrokkenheid tot zijn onderwerp is telkens manifest.

    

Merkwaardige opbouw

In zijn vierde boek over Rome vertelt Everitt het verhaal van het ontstaan van het provinciestadje Rome tot de ondergang van de republiek. Volgens Everitt is het boek eerder een portret van de Romeinse identiteit dan een historische schets. Dat verklaart de merkwaardige opbouw van het verhaal in drie delen, gebaseerd op de betrouwbaarheid van de eigentijdse bronnen die Everitt gebruikte. Het eerste deel handelt over de koningstijd en is historisch onjuist. In het tweede deel over de verovering van Italië en de staatsinrichting lopen feiten en fictie dooreen. In het derde deel over de republiek en de wereldmacht streeft de auteur wel naar historische accuraatheid en baseert hij zich op objectieve bronnen.

Everitt beschrijft dus vooral hoe de Romeinen - of toch degenen die voldoende gepriviligeerd waren om bronnen na te laten - naar zichzelf keken en dat zelfbeeld op hun verleden projecteerden. Een voorbeeld is de ontstaansmythe van Romulus en Remus. Wat begon als een simpel fabeltje over twee jongens die werden gezoogd door een wolvin, groeide uit tot een ingewikkelde narratieve structuur met talloze vertakkingen, die de complexiteit van de Romeinse samenleving en geschiedenis weerspiegelde.

De dood van Romulus typeert dat. Volgens de 2de-eeuwse geschiedschrijver Lucius Cassius Dio ging Romulus zich steeds meer als een koning gedragen, tot ergernis en wantrouwen van de senatoren. Enkelen smeedden een complot tegen hem om de macht over te nemen en ze vermoordden Romulus lafhartig in de senaat. Die versie van de (mythische) feiten gaat natuurlijk niet over Romulus maar wel over Julius Caesar. De analogie tussen Caesar en stichter van Rome werd zo rechtstreeks geprojecteerd op de kern van het Romeinse zelfbeeld. Zo herinterpreteerden de Romeinen voortdurend waar ze vandaan kwamen, en bijgevolg wie ze waren, naar gelang hun positie in de wereld veranderde. Of om het in de woorden van Everitt te zeggen: de Romeinen vonden een verleden uit en vergaten dan dat ze dat hadden gedaan.

      

Moraal

Everitts boek vertelt het verhaal van de opgang van een cultuur, gestut op een moraal die niet meer de onze is. Bedachtzaamheid, zelfcontrole, (militaire) moed, absolute gemeenschapszin en de wil tot zelfopoffering tot de dood toe, waren voor de Romeinen de fundamenten van hun bestaan. Dat ideaalbeeld werd verbeeld door talloze mythen die tot ver in de vorige eeuw in het collectief bewustzijn van de westerse beschaving sterk verankerd bleven.

Bijvoorbeeld de mythe over Lucius Quinctius Cincinnatus: de boer die van zijn ploeg werd weggeroepen om in een militaire noodsituatie de absolute macht van dictator op zich te nemen om de vijand te verslaan. Eenmaal hij zich meedogenloos van zijn plicht had gekweten, legde hij prompt al zijn macht weer neer om naar de boerderij terug te keren. Nietsontziend, ook zichzelf niet, zo zagen de Romeinen zichzelf heel graag. Terwijl ze stap voor stap hun macht uitbreidden.

Maar het Rijk dat de Romeinen uitbouwden, stelde hen ook voor immense uitdagingen. De militaire dienst slorpte mensen voor lange tijd op. De boeren konden hun gronden niet meer onderhouden, waarna ze ingepikt werden door oligarchische senatoren. Na hun diensttijd hadden voormalige boeren weinig andere opties dan zich bij het lompenproletariaat in de stad Rome te voegen. Het ondergroef de loyaliteit van generaals én legionairs tegenover de staat.

Daarnaast verloor de besluitvorming in het Rijk elke democratische legitimiteit. Om te kunnen stemmen, moest men naar Rome, een immense tocht die in die tijd weinigen konden maken. Om beslissingen door te drukken, werden manipulatie van het plebs urbana en gekonkelfoes in de senaat belangrijker dan het zoeken naar draagvlak over het hele Rijk. Rome verloor bovendien het oog op zijn provincies, waar gouverneurs van de hoofdstedelijke apathie gebruikmaakten om zichzelf te verrijken. Gebrek aan evolutie effende uiteindelijk het pad naar revolutie: de gewelddadige overgang van de republiek in een keizerrijk.

The 'Rise of Rome' - enigszins vreemd vertaald als 'De geboorte van Rome' - is voorlopig het laatste boek van Anthony Everitt over Rome. Ik had er misschien meer van verwacht, maar voor wie graag kennismaakt met de geschiedenis van de Romeinse republiek en de opvattingen van de Romeinen, is dit boek een aanrader. Voor zijn volgende boek zal Everitt feitelijk nog dieper in de Romeinse cultuur graven. Naar de vruchtbare bodem ervan: de hellenistische wereld.

   

Bron: De TIJD.



Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.